Uw business sturen op basis van cijfers

Column: opvallende uitspraken week 20

Door executeur vergokte erfenis leidt tot vernietiging aanslag erfbelasting

Hof Den Haag oordeelt dat de aanslag erfbelasting terecht aan X, als verkrijger, is opgelegd. Omdat sprake is van een individuele en buitensporige last biedt het hof rechtsherstel door de aanslag te vernietigen.

X geniet een bijstandsuitkering en aanvaardt beneficiair de nalatenschap van haar vader, waar zij al lange tijd geen contact meer mee heeft. Omdat de executeur van de nalatenschap weigert het bedrag van de nalatenschap uit te betalen, doet X geen aangifte erfbelasting. De inspecteur legt ambtshalve een aanslag erfbelasting op. Uitgaande van de waarde per 1 januari 2017 (€ 282.069), schat hij de nalatenschap op € 325.000. X is het daar niet mee eens. Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur terecht een aanslag erfbelasting aan X heeft opgelegd. De rechtbank vermindert de waarde van de nalatenschap vervolgens nog wel naar € 282.069.

Hof Den Haag oordeelt dat de aanslag erfbelasting terecht aan X, als verkrijger, is opgelegd. Omdat sprake is van een individuele en buitensporige last biedt het hof rechtsherstel door de aanslag te vernietigen. Nu de executeur het volledige erfdeel van X heeft vergokt, is het aannemelijk dat X met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niets uit de nalatenschap zal ontvangen. X wordt dan ook in ernstige mate getroffen door de heffing van erfbelasting. Hierbij is ook van belang dat X uit het faillissement van de executeur geen enkele uitkering heeft ontvangen. Feitelijke vereffening van de nalatenschap is niet mogelijk, zodat zich uit de nalatenschap geen draagkrachtvermeerdering voor X zal voordoen waaruit de aanslag kan worden voldaan.

 

Betaling deel hypotheekrente van ex-echtgenoot is geen onderhoudsverplichting

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat X geen recht heeft op hypotheekrenteaftrek die betrekking heeft op het aandeel van de ex-echtgenoot omdat er geen sprake is van een voorziening in het levensonderhoud van de ex-echtgenoot. De ex-echtgenoot heeft immers een veel hoger inkomen dan X.

Belanghebbende, X, mag volgens de echtscheidingsbeschikking maximaal 6 maanden na inschrijving van de beschikking in de gezamenlijke woning blijven wonen. Ook is zij verplicht om tot de verkoop van deze woning het aan de ex-echtgenoot toerekenbare gedeelte van de hypotheekrente te betalen. Het geschil betreft de vraag of X recht heeft op aftrek van de hypotheekrente die betrekking heeft op het aandeel van de ex-echtgenoot in de gezamenlijke woning, omdat sprake is van een onderhoudsverplichting in de zin van artikel 6.3, lid 1, aanhef en letter a, Wet IB 2001. 

Het hof oordeelt dat de verplichting van X om de volledige hypotheekrente van de gezamenlijke woning te betalen geen voorziening in het levensonderhoud van de ex-echtgenoot is. De ex-echtgenoot heeft een veel hoger inkomen van X. Daarom is het niet aannemelijk dat X deze betalingen doet omdat de ex-echtgenoot anders niet in zijn levensonderhoud kan voorzien. Het hoger beroep van X is ongegrond.

Terug naar overzicht

Column: opvallende uitspraken week 41

Geschreven op 24 Nov 2022

Afgelopen week is een uitspraak gedaan dat er geen recht is op VPB-vrijstelling voor professionele ondersteuners bij stoppen-met-rokenprogramma.

Lees verder

De tweede nota van wijzigingen bij de overbruggingswet box 3 is naar de tweede kamer gestuurd.

Geschreven op 21 Nov 2022

Staatssecretaris Van Rij van Financiƫn heeft de tweede nota van wijziging bij de Overbruggingswet box 3 (36204) naar de Tweede Kamer gestuurd. De bewindsman wil een massaalbezwaarplusprocedure toevoegen.

Lees verder