Uw business sturen op basis van cijfers

Column: opvallende uitspraken week 36

Hof Amsterdam oordeelt dat in beginsel ten minste een gebruikelijk loon van € 44.000 in aanmerking moet worden genomen. X heeft een aanmerkelijk belang in C bv en heeft werkzaamheden voor de bv verricht. Daarbij geldt dat het loon van € 44.000 niet naar tijdsgelang wordt toegepast.

Belanghebbende, X, houdt de aandelen in C bv. In 2015 sluit C bv een contract met D SA en ontvangt C bv in totaal € 88.043 van D SA in verband met door X verrichte werkzaamheden. X neemt met betrekking tot de voor C bv verrichte werkzaamheden niets op in zijn IB-aangifte over 2015. De inspecteur legt een IB-navorderingsaanslag op aan X, waarbij hij een gebruikelijk loon van € 44.000 in aanmerking neemt. X is van mening dat het gebruikelijk loon tijdsevenredig moet worden vastgesteld, omdat hij in 2015 niet het hele jaar voor D SA heeft gewerkt. Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de normbedragen voor het gebruikelijk loon niet tijdsevenredig worden vastgesteld. X gaat in hoger beroep. 

Hof Amsterdam oordeelt dat in beginsel ten minste een gebruikelijk loon van € 44.000 in aanmerking moet worden genomen. X heeft een aanmerkelijk belang in C bv en heeft werkzaamheden voor de bv verricht. Daarbij geldt dat het loon van € 44.000 niet naar tijdsgelang wordt toegepast. Dat X niet het hele jaar werkzaamheden heeft verricht, is dus niet van belang. Het hof wijst er daarbij op dat in 2015 € 88.043 op de rekening van de bv is ontvangen en dat aan X een auto ter beschikking is gesteld. De inspecteur heeft dan ook terecht een loon van € 44.000 in aanmerking genomen. Verder maakt X niet aannemelijk dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan € 44.000. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Terug naar overzicht

Column: opvallende uitspraken week 41

Geschreven op 24 Nov 2022

Afgelopen week is een uitspraak gedaan dat er geen recht is op VPB-vrijstelling voor professionele ondersteuners bij stoppen-met-rokenprogramma.

Lees verder

De tweede nota van wijzigingen bij de overbruggingswet box 3 is naar de tweede kamer gestuurd.

Geschreven op 21 Nov 2022

Staatssecretaris Van Rij van Financiƫn heeft de tweede nota van wijziging bij de Overbruggingswet box 3 (36204) naar de Tweede Kamer gestuurd. De bewindsman wil een massaalbezwaarplusprocedure toevoegen.

Lees verder